In steeds meer teelten zien we dat wittevliegen chemisch lastig te bestrijden zijn. Het aantal middelen dat ertegen werkt is beperkt, maar ook worden ze veel gebruikt (resistentie) en valt het resultaat van een bestrijding niet altijd mee.
Er kunnen biologische bestrijders worden gebruikt, maar ook deze hebben hun beperkingen. Vaak zijn ze actief op één bepaald stadium, maar ook kan residu van zwavel of chemische middelen ze het leven moeilijk maken. Toch lijkt deze vorm van bestrijding de meeste kans op succes te hebben. Een combinatie van roofmijten en sluipwespen is dan de meest voor de hand liggende.
In de praktijk wordt op steeds meer bedrijven Encarsia formosa ingezet. Deze sluipwesp is al sinds jaren in gebruik in groenteteelten, maar vindt nu ook zijn weg naar de sierteelt. Waarom niet eerder? Veelal speelden zwavelgebruik en residuen van chemische middelen een rol. Hiervoor is Encarsia namelijk erg gevoelig. Ook bleven successen uit omdat de dosering van het inzetten simpelweg te laag was. En zolang de chemie goed werkte was er geen noodzaak om een plaag met biologie aan te pakken. Nu de wittevlieg met chemische bestrijding niet altijd kan worden opgelost en er bovendien meer bedrijven zijn waar Encarsia goed aan slaat, blijkt dat er toch goede mogelijkheden zijn.
Er zijn echter wel wat spelregels. Zorg ervoor dat de wittevlieg druk op een acceptabel (laag) niveau is als gestart wordt met biologische bestrijding. Ook residu van middelen moet goed worden gecontroleerd. Overleg dit altijd met de specialist die bij u op de tuin komt.
0 Reacties
Nieuwe reactie inzenden